Het maken van een tuinhuis of blokhut hoeft niet moeilijk te zijn. Je kan kiezen voor een grote of kleinere variant, maar je pakt het altijd ongeveer hetzelfde aan: eerst de grond voorbereiden, vervolgens het tuinhuis vastzetten en de rest van het huisje bouwen en als laatste de afwerking. Hoe dit proces precies in z’n werk gaat en wat je er allemaal voor nodig hebt, lees je in dit artikel.

 

Allereerst bepaal je de plek waar je tuinhuis moet komen. Op deze plek veeg je de tegels helemaal schoon. Controleer met een waterpas of de ondergrond helemaal recht is. Wanneer de grond recht is leg je vervolgens ter bescherming een stuk folie over de bestrating. Na het aanbrengen van het stuk folie leg je de onderste wandbalklaag uit op het stuk folie en meet je de diagonalen. Wanneer deze gelijk zijn betekent het dat de balken haaks liggen. Hierna bevestig je de onderste wandbalklaag aan de bestrating. Dit kan je doen door de balken met hoeksteunen aan de tegels te boren. Gebruik hiervoor Torx schroeven en pluggen. Het boren doe je met een betonboor.

 

Vervolgens plaats je de eerste wandbalken. Door met een rubberen hamer de wandbalken voorzichtig aan te kloppen, kan je ervoor zorgen dat de wandbalken steeds goed aansluiten.

Het wordt aangeraden om tussen de wandbalk en de hamer een stukje afvalhout te gebruiken, want een rubberen hamer kan zwarte sporen achterlaten op (lichtgekleurd) hout. Je gaat zo door totdat er vier wandbalklagen zijn geplaatst. In dit proces kan er ook gebruik worden gemaakt van hoekankers.

 

Hierna plaats je de deur. Het kozijn valt netjes om de wandbalken. Bij de deur hoort een valraam met scharnieren aan de onderkant. Het raamkozijn plaats je even hoog als het raamkozijn van de deur. Daarna ga je verder met het plaatsen van de wandbalken, totdat je bij de gevelpunten bent. De gevelpunten plaats je los-vast op de voor- en achterwand, terwijl de gordingen in de uitsparingen van de gevelpunten worden geplaatst. Het is belangrijk dat de dakgording gelijkligt met de bovenzijde. Wanneer er ruimte over is tussen de inkeping en de dakgording kan dit worden opgevuld met een stukje resthout.

 

Aan de onderkant van het dakbeschot wordt een tijdelijke lat gemonteerd. Deze lat zorgt ervoor dat de planken niet zomaar wegglijden. Vervolgens zet je de dakhoutplanken op elke gording vast met behulp van twee spijkers. Daarna schroef je de dakvoetlijst aan de onderkant van het dakbeschot vast en buig je hier het dakleer omheen. Vervolgens zet je het dakleer vast met een tacker en brede nieten. Vergeet niet de gevellijsten aan de voor- en achterkant te schroeven op de gordingen. Hierna is het tuinhuis klaar voor gebruik!

 

http://economy.nl